Resolutie over gebarentaal

Het Europees Parlement,

- onder verwijzing naar zijn resolutie van 17 juni 1988 over gebarentalen voor doven ((PB C 187 van 18.7.1988, blz. 236.)),

- onder verwijzing naar de resolutie van 20 december 1996 van de Raad over gelijke kansen voor gehandicapten ((PB C 12 van 13.1.1997, blz. 1.)),

- onder verwijzing naar zijn resolutie van 13 december 1996 over de rechten van gehandicapte personen ((PB C 20 van 20.1.1997, blz. 389.)),

- onder verwijzing naar artikel 13 van het Verdrag van Amsterdam betreffende de Europese Unie over non-discriminatie,

A. overwegende dat het aantal zwaar doven en slechthorenden, inclusief mensen die recentelijk doof zijn geworden in de Europese Unie toeneemt,

B. overwegende dat de meeste doven de gesproken taal nooit goed leren beheersen en dat gebarentaal voor de meeste doven vaak de enig mogelijke taal vormt,

C. overwegende dat slechts vier van de vijftien lidstaten van de EU gebarentaal officieel hebben erkend,

D. overwegende dat bij het project inzake de Europese gebarentaal naar voren is gekomen dat er in de Europese Unie een ernstig gebrek aan gekwalificeerde tolken in gebarentaal bestaat,

E. overwegende dat de behoefte van doven aan tolken in gebarentaal in de subsidieprogramma's van de EU niet wordt erkend of in overweging wordt genomen,

F. overwegende dat in de huidige wereld informatie steeds vaker via audiovisuele weg wordt verstrekt en dat het recht op informatie daarom niet voor doven is gewaarborgd,

G. overwegende dat TV-maatschappijen ontoereikende maatregelen hebben getroffen om programma's uit te zenden die voor doven toegankelijk zijn, waarbij dient te worden vermeld dat visuele informatie voor doven van groot belang is,

H. overwegende dat in de EU zeven verschillende, onderling niet-compatibele teksttelefoonsystemen in gebruik zijn waardoor gehoorgestoorden in de EU grote problemen ondervinden als zij elkaar willen opbellen,

I. overwegende dat er vele verschillende gebarentalen bestaan die ieder hun eigen culturele identiteit bezitten,

1. benadrukt het belang van de tiende verjaardag van bovengenoemde resolutie van 17 juni 1988 over gebarentalen voor doven;

2. juicht het toe dat de Europese Unie een krediet van 500.000 ecu heeft toegekend aan een belangrijk pan-Europees gebarentaalproject (1997) om de resolutie over gebarentalen uit te voeren;

3. beseft dat de resultaten van dit gebarentaalproject de EU-instellingen en de lidstaten belangrijke informatie zullen verstrekken over de wijze waarop bovengenoemde resolutie over gebarentalen voor doven ten uitvoer wordt gelegd;

4. verzoekt de Commissie bij de Raad een voorstel in te dienen over de officiële erkenning van het gebruik van gebarentaal door doven in alle lidstaten;

5. verzoekt de Commissie zorg te dragen voor EU-financiering van scholing- en werkervaringsprogramma's, met inbegrip van de opleiding van docenten en tolken in gebarentaal;

6. verzoekt de Commissie erop toe te zien dat alle EU-programma's toegankelijk zijn voor doven en dat de noodzaak van vertolking in gebarentaal erkend wordt;

7. verzoekt de Commissie maatregelen te treffen om de ambtenaren van de EU-instellingen bewust te maken van de situatie waarin doven verkeren;

8. verzoekt de Commissie en de lidstaten erop toe te zien dat alle openbare vergaderingen die door de EU-instellingen worden georganiseerd toegankelijk zijn voor doven door, als hierom wordt verzocht, voor vertolking in gebarentaal te zorgen;

9. verzoekt de Commissie in het kader van het beginsel van openbare televisieomroep na te gaan of een gepaste wetgeving kan worden opgesteld om te zorgen voor vertolking in gebarentaal of op zijn minst voor ondertiteling van nieuwsprogramma's, programma's van politiek belang - met name gedurende verkiezingscampagnes - en, voorzover mogelijk, een reeks culturele programma's en programma's van algemeen belang;

10. verzoekt de Commissie een voorstel voor een kaderwetgeving in te dienen om erop toe te zien dat teletekst- en videofoonvoorzieningen voor alle doven in Europa compatibel zijn;

11. verzoekt de Commissie maatregelen te treffen om te zorgen voor een universeel ontwerp van multimediatoepassingen, zodat doven niet van nieuwe toepassingen worden uitgesloten;

12. verzoekt de Commissie tevens een onderzoek in te stellen naar andere audiovisuele diensten die voor doven zijn bestemd;

13. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie, de Raad, de regeringen en parlementen van de lidstaten en de bevoegde autoriteiten en organisaties die de gehoorgestoorden in de Europese Unie vertegenwoordigen.